Seksueel misbruik in de sport

»»Seksueel misbruik in de sport

Seksueel misbruik in de sport

10 januari 2019|

Voorkomen dat misbruiktrainers hun gang kunnen blijven gaan

#metoo

Artikel uit De Volkskrant: Ondanks meerdere meldingen kon atletiektrainer Jerry M. 35 jaar lang pupillen, tussen de 11 en 18 jaar, misbruiken. Wat moet in de sportwereld veranderen om dit te voorkomen?

1. Het gevaar herkennen
Veel sportbestuurders, trainers en coaches hebben een ding gemeen: ze zijn vrijwilliger. Ze doen hun werk uit hobbyisme of omdat hun kinderen sporten. Vaak zijn ze er niet voor opgeleid en weten ze niet precies wat hun verantwoordelijkheden zijn. ‘Geen vrijwilliger doet zijn werk omdat hij graag een misbruikzaak op zijn bord wil’, zegt hoogleraar sport en recht Marjan Olfers.
advertentie

De eerste misbruikzaken die Jerry M. bekende, vonden plaats in de jaren tachtig. M. had toen bijna wekelijks seks met minderjarige meisjes die aan hem waren toevertrouwd, blijkt uit het schikkingsaanbod van het Instituut Sportrechtspraak (ISR), dat namens de meeste sportbonden de tuchtzaken behandelt. Of er destijds meldingen zijn gedaan over M., is niet bekend. Eén ding is zeker: het gedrag van M. zou moeten zijn opgevallen.

Toen oud-politicus Klaas de Vries twee jaar geleden in opdracht van sportkoepel NOCNSF onderzoek deed naar misbruik in de sportwereld, was de conclusie hard: een op de acht sporters heeft als kind ten minste een keer seksueel grensoverschrijdend gedrag ervaren. ‘Daarom zetten we er nu ook op in dat bestuurders en sporters grooming en grensoverschrijdend gedrag leren herkennen’, zegt woordvoerder Geert Slot van NOCNSF.

Een kopie van het onderzoek is, op verzoek van De Vries, naar alle 25 duizend sportclubs in Nederland gestuurd. Slot: ‘Ze kunnen niet langer zeggen dat ze het gevaar niet kenden.’

2. Informatie altijd melden
De afgelopen jaren is veel discussie geweest over misbruikmeldingen in de sport waarmee niets werd gedaan. Zo bleek uit onderzoek van Bureau Beke en de Vrije Universiteit Amsterdam dat informatie over misbruikzaken vaak bleef steken bij clubs, bonden en sportkoepel NOCNSF.

Daarom is vorig jaar een meldplicht ingesteld voor clubbesturen en sportbegeleiders. Die meldplicht moet dit jaar in de tuchtreglementen van alle bonden worden opgenomen. Gebeurt dat niet, dan ontvangt de bond in 2021 geen subsidie meer van NOCNSF.

De meldingen komen allemaal in één computersysteem. Zo kan NOCNSF beter toezicht houden op de besluitvorming in individuele zaken en eventueel bemiddelen bij het inroepen van de politie.

3. Informatie-uitwisseling verbeteren
Dat betrokkenheid van de politie niet altijd een oplossing is, blijkt wel uit de zaak rond Jerry M. Een van de eerste slachtoffers van Jerry M. ging in 2000 naar de politie met haar verhaal, vertelde ze in De Telegraaf. Nadat ze was gewezen op de consequenties van haar aangifte (onder meer een gedetailleerde ondervraging), liet ze het bij een melding. Die zou later zijn kwijtgeraakt.

Dit aspect van de zaak-Jerry M. is symptomatisch voor het gebrek aan communicatie tussen sportbonden, politie en justitie over seksueel misbruik. In de zomer van 2017 tekenden NOCNSF, de politie en het Openbaar Ministerie daarom een overeenkomst waarin ze beterschap beloofden.

Een aloud probleem daarbij is dat vertegenwoordigers van justitie niet het achterste van hun tong (kunnen) laten zien, onder meer vanwege privacy-wetgeving. Maar ook omdat bij de afhandeling van strafzaken geen onderscheid wordt gemaakt tussen incidenten bij sportclubs of elders, waardoor niet duidelijk is waar en in welke mate incidenten in de sport plaatsvinden.

‘Wij zouden graag willen dat alle strafzaken zaken die zich in de sport afspelen ook als sportzaken worden gelabeld’, zegt woordvoerder Slot van NOCNSF. ‘Dan pas krijg je een beter beeld en kun je beter onderzoek doen.’

Hoogleraar Olfers noemt het bizar dat strafrechtelijke veroordelingen van jeugdtrainers nog niet worden gedeeld met de sportwereld. ‘Zo kunnen daders die wel veroordeeld worden na hun straf rustig terugkeren in de sport en doorgaan met hun gedrag.’

Olfers pleit voor een centraal systeem, onder beheer van de politie, waarin alle meldingen en veroordelingen worden geregistreerd. ‘Een sportbestuurder die een nieuwe jeugdtrainer wil aanstellen zou dan kunnen bellen met iemand die dat systeem kan inzien om te horen of er over zijn kandidaat meldingen zijn.’

4. Het tuchtrecht verstevigen
Jerry M. werd door het Instituut Sportrechtspraak levenslang geroyeerd als lid van de Atletiekbond. Maar als hij zou willen, zou hij morgen aan de slag kunnen als voetbaltrainer of zwemcoach.

Dat steekt Rob van Bokhoven, die als aanklager van het ISR de zaak van M. behandelde. Uitspraken in het tuchtrecht beperken zich tot de sport waar het voorval heeft plaatsgevonden. ‘Maar de neiging tot seksueel grensoverschrijdend gedrag beperkt zich meestal niet tot één sport’, zegt hij. ‘Ik had het royement van deze persoon graag breder willen trekken, maar dat kan met de huidige reglementen niet.’

Slachtoffers die geen aangifte willen doen van seksueel grensoverschrijdend gedrag moeten erop kunnen vertrouwen dat niet alleen een aangifte tot resultaat kan leiden, maar ook een melding bij hun club of de bond ook tot resultaat kan leiden, vindt Van Bokhoven. ‘Als de melding bij het ISR terechtkomt, en het is een geloofwaardig verhaal, kan ik als aanklager onderzoekers op de zaak zetten. Zij kijken of er andere signalen over de vermeende dader zijn. Of hij een Verklaring Omtrent Gedrag heeft verstrekt en of er referenties bij vorige clubs zijn ingewonnen. En als er dan dingen naar voren komen, kunnen we tuchtrechtelijk vervolgen.’

Bij een veroordeling zal het ISR niet over één nacht ijs gaan, zegt Van Bokhoven. ‘De drempel daarvoor is stevig, maar niet zo hoog als in het strafrecht.’ Een tuchtrechtelijke veroordeling moet wél worden meegewogen als iemand een VOG aanvraagt voor een nieuwe functie, vindt Van Bokhoven. Nu gebeurt dat alleen bij strafrechtelijke veroordelingen.

Bron: https://www.volkskrant.nl/sport/vier-stappen-om-te-voorkomen-dat-misbruiktrainers-hun-gang-kunnen-blijven-gaan~b2fa18fc/

De Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen
De LVV heeft een persbericht doen uitgaan met als titel ‘LVV pleit voor een gemeentelijke vertrouwenspersoon’
De Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen (LVV) wil dat gemeenten nu snel het voortouw nemen bij het ondersteunen van (sport)verenigingen. De LVV pleit voor een gemeentelijke vertrouwenspersoon voor alle verenigingen binnen een gemeente, van sport- tot toneel- en muziekvereniging. De gemeente kan een dergelijke externe, onafhankelijke vertrouwenspersoon faciliteren voor de verenigingen. Dit naar aanleiding van de publiciteit rond de tuchtzaak van een
atletiektrainer die 35 jaar een spoor van seksueel grensoverschrijdend gedrag achterliet. De interventie van de gemeente is noodzakelijk omdat helaas de sportwereld wederom laat zien dat het over onvoldoende zelfreinigend vermogen beschikt. Verenigingen zelf zouden ook een externe vertrouwenspersoon kunnen aanstellen, maar in de praktijk blijkt dit veelal onuitvoerbaar.

Lees het hele persbericht.
Margriet Maris, voorzitter LVV, geïnterviewd door BNR.
Artikel in De Stentor.